België is wereldkampioen
in het uitvinden van overheden. En al die overheden hebben één opvallende
eigenschap gemeen: ze delen graag subsidies uit. Hoe meer bestuursniveaus, hoe
meer subsidiepotjes. Alsof belastinggeld pas goed besteed is wanneer het minstens
vijf keer van overheid naar overheid is doorgeschoven.
De Vlaamse overheid
verdeelt vandaag bijna 20 miljard euro aan subsidies. De federale overheid
voegt daar nog eens ongeveer 25 miljard euro aan toe. Via het Gemeentefonds
stroomt jaarlijks ongeveer 3,4 miljard euro naar steden en gemeenten, aangevuld
met middelen uit het Stedenfonds, de dotatie Open Ruimte en tal van andere
financieringskanalen. Vervolgens delen ook de provincies, de steden en de
gemeenten opnieuw subsidies uit aan bedrijven, verenigingen, instellingen en
particulieren.
Iedere overheid heeft
haar eigen reglementen, formulieren, adviesraden, beoordelingscommissies,
controlemechanismen en subsidieloketten. Het enige wat nergens wordt
gesubsidieerd, lijkt gezond verstand te zijn.
Natuurlijk zijn er
subsidies die hun nut bewijzen. Innovatie, wetenschappelijk onderzoek, zorg,
landbouw, erfgoed of sociale projecten verdienen soms publieke ondersteuning.
Daar gaat de discussie niet over.
De vraag is hoe een
uitzonderlijk instrument is uitgegroeid tot een bijna vanzelfsprekende manier
van besturen. Vandaag lijkt voor elk maatschappelijk probleem eerst een
subsidie te worden bedacht en pas daarna een oplossing. Wie hard genoeg lobbyt,
wie de juiste dossiers schrijft of wie de weg kent in het bestuurlijke doolhof,
vergroot zijn kansen op overheidsgeld.
Intussen raakt niemand
nog wijs uit het systeem. Overal bestaan subsidiepotten, uitzonderingen,
tijdelijke projecten die permanent worden, evaluaties die nooit tot afschaffing
leiden en middelen die jaar na jaar blijven doorstromen omdat niemand ze nog in
vraag durft te stellen. Een subsidie die ooit tijdelijk was, blijkt in België
vaak een vorm van eeuwig leven te hebben ontdekt.
En natuurlijk gebeurt
alles met de beste bedoelingen. Elk dossier dient een nobel doel. Elke subsidie
is "een investering". Elk nieuw fonds is "maatschappelijk
noodzakelijk". Niemand noemt het nog wat het in essentie is: belastinggeld
uitdelen.
Dat belastinggeld valt
nochtans niet uit de lucht. Het wordt eerst verdiend door werknemers,
zelfstandigen en ondernemingen. Zij nemen de risico's, zij creëren de welvaart
en zij betalen de rekening. Vervolgens zet de overheid een ingewikkelde
carrousel op waarbij datzelfde geld, na aftrek van belastingen, administratieve
kosten en tussenstructuren, opnieuw wordt verdeeld. Alsof de overheid eerst een
emmer water uit een zwembad schept om daarna trots te verkondigen dat ze het
zwembad opnieuw heeft gevuld.
Het gebrek aan
transparantie voedt bovendien het wantrouwen. Burgers verwachten terecht dat
elke euro zorgvuldig wordt besteed. Wanneer criteria onduidelijk zijn of
wanneer steeds dezelfde organisaties terugkeren op de subsidielijsten, ontstaat
al snel de indruk dat sommige deuren gemakkelijker opengaan dan andere. Zelfs
als beslissingen correct verlopen, ondermijnt die perceptie het vertrouwen in
het systeem.
België, Vlaanderen,
Provincies, Steden en gemeenten hoeven niet subsidies af te schaffen. Alle
bestuursniveaus moeten opnieuw leren dat een subsidie een uitzondering hoort te
zijn, geen bestuursmodel. Elke subsidie zou automatisch moeten vervallen tenzij
haar nut objectief bewezen wordt. Elke euro moet publiek verantwoord kunnen
worden. Elke overheid moet zich afvragen of zij wel de juiste overheid is om
die subsidie toe te kennen.
Maar daarvoor is
politieke moed nodig. Want wie aan subsidies raakt, raakt aan electorale
belangen, aan goed georganiseerde lobby's en aan een bestuurscultuur die
zichzelf al decennialang in stand houdt.
En zolang niemand de
moed heeft om die vicieuze cirkel te doorbreken, blijft België niet alleen het
land van de zes regeringen, de talloze ministers en de eindeloze
bevoegdheidsverdelingen, maar ook het land waar het rondpompen van
belastinggeld haast tot een nationale folklore is verheven.
Geert Messiaen
Izegemseaardeweg 198
8800 Roeselare