De regering moet de
komende jaren miljarden vinden om tegen 2029 opnieuw op koers te zitten met de
Europese begrotingsafspraken.
Premier De Wever
waarschuwt dat iedereen de gevolgen van de besparingen zal voelen.
Maar dan dringt zich één
eenvoudige vraag op:
Geldt dat ook voor de
politieke wereld?
België telt 7
parlementen, 6 regeringen en tientallen ministers, staatssecretarissen,
kabinetten en adviseurs. Ondertussen wordt van burgers, gezinnen, werknemers,
gepensioneerden en ondernemingen gevraagd om offers te brengen.
Waar blijven de
besparingen op het politieke bestuur?
Waar blijft het debat
over:
- minder politici en minder politieke mandaten;
- het halveren van kabinetten en het aantal politieke
adviseurs;
- het beperken van hoge politieke lonen en extra
voordelen;
- strengere regels voor vergoedingen, vertrekpremies en
pensioenvoordelen;
- het sluiten van achterpoortjes waardoor men na een
vertrek opnieuw een politiek mandaat kan opnemen;
- het afschaffen van overbodige zitpenningen en allerlei
extraatjes;
- het schrappen van nutteloze instellingen, adviesraden
en structuren;
- het verminderen van de vele tussenniveaus en
administratieve overlappingen;
- het digitaliseren en vereenvoudigen van de overheid;
- minder ontvangsten, buitenlandse reizen en andere
politieke privileges;
- een grondige afslanking van de politieke en
bestuurlijke structuren.
-
Waarom moet altijd de
burger eerst betalen?
Een snelle, indicatieve
berekening, een raming suggereert dat een grondige afslanking van de
politieke sector en bestuurlijke structuren mogelijk honderden miljoenen tot
zelfs rond €1,35 miljard zou kunnen opleveren. Dat cijfer moet
uiteraard transparant en onafhankelijk worden doorgerekend. Maar het principe
is belangrijker dan het exacte bedrag:
Besparen begint bij
iedereen die verantwoordelijk is voor de besteding van het geld van de
belastingbetaler. Ook bij de politiek.
We horen dat er
moeilijke keuzes moeten worden gemaakt. Dat begrijpen veel mensen. Maar
moeilijke keuzes krijgen pas geloofwaardigheid wanneer ze eerlijk verdeeld worden.
Tegelijkertijd ziet de
burger miljardenstromen naar andere landen en internationale dossiers, terwijl
hier gevraagd wordt om opnieuw in te leveren. Dan ontstaat onvermijdelijk
frustratie.
De premier zegt dat hij
er wakker van ligt.
Maar hoe moet de burger
zich voelen die elke maand zijn facturen betaalt, belastingen afdraagt en
vervolgens hoort dat er opnieuw bespaard moet worden?
Misschien is het tijd om
niet langer alleen te vragen:
"Waar kunnen we bij
de burger besparen?"
Maar ook:
"Welke overheid
hebben we eigenlijk nodig?"
Waarom 7 parlementen, 6
regeringen en een veelheid aan structuren als één efficiënte overheid met
minder politieke overhead ook kan?
Tijd voor één land. Eén
efficiënte overheid. Minder structuren. Minder politici. Minder verspilling.
Meer verantwoordelijkheid.
En laat ons hopen dat
het niet zover komt dat mensen hun vertrouwen in het systeem verliezen en
burgerlijke ongehoorzaamheid als enige uitweg beginnen te zien.
Want een democratie
blijft sterk wanneer burgers het gevoel hebben dat de regels voor iedereen gelden.
Ook voor wie de regels
maakt.