In tijden van
economische onzekerheid en budgettaire krapte wordt van burgers gevraagd om in
te leveren. Lonen worden gematigd, pensioenstijgingen blijven achter op de
levensduurte en koopkracht staat onder druk. Voor velen, en zeker voor
gepensioneerden, voelt dit als ter plaatse trappelen: ondanks een leven lang
werken, wordt hun financiële ademruimte steeds kleiner.
Tegelijk zien we dat
overheden op verschillende niveaus – federaal, gewestelijk, provinciaal en
lokaal – blijven investeren in grootschalige projecten. Hoewel dergelijke
investeringen vaak worden verdedigd als noodzakelijk voor de toekomst, roept
dit een fundamentele vraag op over rechtvaardigheid. Hoe leg je uit dat er
bespaard wordt op directe inkomens, terwijl er elders aanzienlijke middelen
worden vrijgemaakt?
Het probleem is niet
zozeer dat overheden investeren. Investeringen in infrastructuur, energie of
innovatie kunnen op lange termijn vruchten afwerpen en zelfs bijdragen aan
economische groei en maatschappelijke vooruitgang. Het knelpunt ligt in de
perceptie en vaak ook de realiteit van ongelijke verdeling van lasten en baten.
Wanneer burgers vandaag moeten inleveren zonder duidelijk perspectief op
verbetering morgen, ondergraaft dat het vertrouwen in het beleid.
Voor gepensioneerden is
deze spanning bijzonder scherp. Zij hebben weinig tot geen mogelijkheden om hun
inkomen nog aan te vullen en zijn dus extra afhankelijk van de evolutie van hun
pensioen. Wanneer dat pensioen de stijgende kosten van levensonderhoud niet
volgt, betekent dit een reële achteruitgang in levenskwaliteit. Dat is niet
alleen een economisch probleem, maar ook een kwestie van waardigheid.
Bovendien zorgt de
versnippering van bevoegdheden in België ervoor dat het beleid weinig coherent
overkomt. Terwijl het ene niveau besparingen doorvoert, kan een ander niveau
net extra uitgaven doen. Voor de burger maakt dat onderscheid weinig uit: die ziet
vooral dat er tegelijk wordt bespaard én uitgegeven, zonder duidelijk
evenwicht.
Een rechtvaardig beleid
vraagt daarom meer dan louter cijfers in evenwicht brengen. Het vraagt
transparantie over keuzes, eerlijkheid in de verdeling van inspanningen en
bijzondere aandacht voor wie het meest kwetsbaar is. Dat betekent onder meer
dat pensioenen minstens de levensduurte moeten volgen, en dat besparingen niet
eenzijdig mogen neerkomen op wie weinig speelruimte heeft.
Als er offers gevraagd
worden, moeten die gedeeld worden. En als er geïnvesteerd wordt in de toekomst,
moet ook duidelijk zijn hoe die toekomst iedereen ten goede komt – niet alleen
op papier, maar ook in de portemonnee van de mensen vandaag.
Zonder dat evenwicht
dreigt het gevoel van onrechtvaardigheid verder te groeien. En dat is op lange
termijn misschien wel de grootste kost voor de samenleving.
Geert Messiaen
Izegemseaardeweg 198
8800 Roeselare