Bisschop
Johan Bonny van Antwerpen is van plan om vanaf 2028 gehuwde mannen tot priester
te wijden. Dat zegt de Vlaamse kerkleider in zijn pastorale brief van 19
maart 2026 "Implementatie van het synodaal proces in het bisdom Antwerpen".
Het
is de vraag of de Paus zijn voornemen zal accepteren.
De
discussie over het toelaten van gehuwde mannen tot het priesterschap roept
inderdaad een reeks fundamentele vragen op binnen de Rooms-Katholieke Kerk.
Is
het openstellen van het ambt voor gehuwde mannen een noodzakelijke
modernisering, of ondermijnt het een eeuwenoude traditie?
Een
enquete en het stemgedrag op VTM monden in maart 2026 uit, dat
90 % akkoord is om gehuwde mannen toe te laten tot het priesterambt, 8 %
waren tegen.
Het
celibataire priesterschap steunt niet op bijbelteksten, maar is doorheen de
geschiedenis ontstaan om kerkgoederen veilig te stellen voor erfenis.
In
het jaar 325 werd het celibaat strikt toegepast, het toelaten van
gehuwden werd toen aanzien "als sex en dus zondig". In 1018 werd
het opnieuw bevestigd omwille van financiëe redenen. Tijdens het Eerste
Lateraanse concilie in 1123 werd het verplichte priestercelibaat officieel
ingevoerd. De ongehuwde staat werd toen beschouwd als een manier om de
zuiverheid en toewijding van priesters aan de kerk te waarborgen.
En
als gehuwde mannen priester kunnen worden, waarom blijft het ambt dan gesloten
voor vrouwen — is dat nog houdbaar in een hedendaagse visie op gelijkheid?
Uitsluiting van vrouwen is inderdaad een onaanvaardbaar gegeven, temeer dat er
reeds in de eerste eeuwen vrouwen tot diaken gewijd werden.
Daarnaast
stelt zich de vraag naar de aard van het priesterschap zelf. Is het een
exclusieve levensroeping die volledige toewijding vereist, of kan het evolueren
naar een vorm die beter combineerbaar is met een gezinsleven? Indien priesters
gehuwd zijn, hoe moet men dan omgaan met praktische aspecten zoals inkomen, een
flexi job of volwaardig beroep, gratis huisvesting of niet en ondersteuning?
Verandert dit de sociale positie van de priester binnen de gemeenschap?
Ook
theologisch zijn er vragen. In welke mate is het celibaat een essentieel
onderdeel van het priesterschap, en in welke mate is het een discipline die
doorheen de geschiedenis gegroeid is?
Verder
rijst de vraag naar het standpunt van het Vaticaan. Is er ruimte voor
verandering binnen de huidige kerkstructuur, of blijft men vasthouden aan het
celibaat als norm? En hoe verhoudt dit alles zich tot de uitspraken en
positieve visie van verschillende kerkleiders.
Het
Vaticaan reageert vrij traag over deze noodzakelijke evolutie in de praktijk.
Het
zou natuurlijk een antwoord bieden op het tekort aan priesterroepingen in de
westerse kerk, maar dit mag het motief niet zijn om het priesterschap anders te
definiëren en vrouwen tot het ambt van diaken toe te laten. Het moet een
gefundeerde keuze zijn.
Er
is ook de bredere maatschappelijke dimensie: hoe kijkt de moderne gelovige naar
deze kwestie? Is er nood aan hervorming om relevant te blijven, of schuilt de
kracht van de Kerk juist in haar traditie en continuïteit? Meer, is het geen
noodkreet om de te weinig roepingen in te vullen?
Deze
vragen tonen aan dat het debat veel verder gaat dan enkel het al dan niet
toelaten van gehuwde mannen tot het priesterschap — het raakt aan de kern van
de identiteit, de traditie en de toekomst van de Kerk.
Lijkt
het niet eerder dat die oude discriminatie dient weggewerkt te worden en dat
de toekomst van de kerk zo gegarandeerd wordt in navolging van de vroeg
christelijke kerk.
Geert
Messiaen
Izegemseaardeweg
198
8800
Roeselare