Domper
voor de begroting.
De
Belgische staatsschuld is geen probleem dat door één partij of één regering is
veroorzaakt. Ze is het resultaat van jarenlang beleid van opeenvolgende
regeringen, waarbij structurele uitgaven vaak sneller stegen dan de economische
groei. Vergrijzing, hoge overheidsuitgaven, beperkte productiviteitsgroei en
politieke terughoudendheid om moeilijke hervormingen door te voeren, hebben de
situatie verder versterkt.
De
stijgende rente maakt die keuze nu concreet: lenen wordt duurder en een groter
deel van de begroting gaat naar rentelasten in plaats van naar investeringen of
dienstverlening. Jongeren worden daardoor dubbel geraakt: via duurdere
kredieten én via de toekomstige belastingen die nodig zijn om de opgebouwde
schuld te dragen.
“Het
zijn vooral jongeren die vandaag stoten op een onbetaalbare hypotheek en een
staat die op hun kosten boven haar stand leeft.
De
oplossing ligt niet in één wondermiddel, maar in structurele keuzes: de
overheidsuitgaven beheersen, staat afslanken, ontvetten van de staat, de
arbeidsmarkt hervormen, de overheid efficiënter en eenvoudiger, transparanter,
doorzichtiger maken, economische groei en productiviteit versterken en nieuwe
structurele uitgaven ook structureel financieren. Kortom, eenvoudig het
principe toepassen :” niet u, maar de staat leeft boven zijn stand!“
De
verantwoordelijkheid is dus collectief en politiek, over meerdere legislaturen
heen. Maar uiteindelijk is het vooral een kwestie van intergenerationele
rechtvaardigheid: hoeveel van onze welvaart willen we vandaag consumeren op
kosten van wie morgen de rekening betaalt?
Meer
en meer is het duidelijk dat de burger de prijs van het financieel wanbeleid
altijd zal betalen.