Leugen.
Dat is stilaan het enige woord dat nog overeind blijft wanneer men naar dit
land kijkt. Jarenlang wordt de bevolking ingeprent dat België op de rand van
het failliet balanceert. Er zou geen geld meer zijn. Het geld is op . Iedereen
moet besparen, iedereen moet inleveren, iedereen moet “realistisch” zijn.
Pensioenen staan onder druk, de zorg moet efficiënter, de koopkracht moet zich
aanpassen, en telkens opnieuw krijgt de gewone burger hetzelfde verhaal te
horen: de middelen zijn op.
Maar plots, haast
achteloos, leest men ergens in een verloren hoek van de krant dat er miljarden
beschikbaar zijn voor Amerikaanse raketten. Miljarden. Alsof dat geld ergens
verborgen lag onder een mat en men plots besliste het toch maar boven te halen.
En dan verwacht men blijkbaar dat de bevolking dit zonder vragen slikt.
Daar zit de echte
woede. Niet eens alleen in die aankoop zelf, maar in de schaamteloze
tegenstelling. Voor de burger is er altijd crisis, tekort en voorzichtigheid.
Voor geopolitieke prestigeprojecten blijken de geldkranen plots perfect te
functioneren. Men spreekt over offers wanneer het gaat over de mensen die
werken, sparen en belastingen betalen, maar over “strategische noodzaak”
wanneer het gaat over gigantische militaire contracten.
En ondertussen
blijft men doen alsof de bevolking blind is.
Men kan niet
jarenlang roepen dat het land financieel kreunt en tegelijk miljarden uitgeven
zonder een fundamenteel debat te voeren. Men kan niet blijven beweren dat elke
euro twee keer moet worden omgedraaid, terwijl achter gesloten deuren
beslissingen worden genomen die generaties belastingbetalers zullen dragen. Dat
is geen transparantie meer. Dat is politieke spitsvondigheid op het randje van
bedrog.
Misschien is België
niet alleen financieel uitgeput. Misschien is vooral het vertrouwen volledig
uitgehold. Want een bevolking vergeeft moeilijke tijden, maar ze vergeeft veel
minder gemakkelijk het gevoel voortdurend voorgelogen te worden.
En hoe kleiner men
zulke berichten probeert weg te stoppen, hoe groter het wantrouwen wordt. Alsof
men zelf beseft dat de uitleg niet meer overtuigt. Alsof men weet dat de kloof
tussen wat men zegt en wat men doet ondertussen zo groot geworden is dat zelfs
de meest trouwe burger ze niet meer kan negeren.
Een regering die voortdurend spreekt over
verantwoordelijkheid, maar selectief met waarheid omgaat, begint niet sterk te
lijken — maar vermoeid, wereldvreemd en overrijp.
Geert Messiaen