De discussie inzake het medisch aanbod van artsen in België, de zogenaamde contingentering, is te belangrijk om te voeren in termen van communautaire tegenstellingen.

Vlaanderen heeft in het verleden via het toegangsexamen voor oa artsen de toestroom van jonge studenten kwalitatief weten te verbeteren en ook zich daarbij meer gehouden aan dedoor de planningscommissie medisch aanbod voorgestelde aantallen.

De Liberale mutualiteiten pleiten voor het behoud van dit toegangsexamen, niet alleen om de ontgoochelingen bij de studenten te vermijden of om de budgettaire inspanning van de overheid goed te besteden, maar vooral om een instroom te hebben van goed gemotiveerde en goed-gevormde artsen. Dit is dan ook spijtig dat dit niet langs Franstalige zijde is gebeurd, waardoor veel meer artsen (en ook en vooral tandartsen (ondermeer buitenlandse) hier in Wallonië en Brussel de studies zijn gestart en binnenkort op de markt komen).

Voorspellen wat de medische noden zijn binnen 9 à 15 jaar blijft echter een moeilijke oefening. De vergrijzing van de huidige artsenpopulatie is te voorspellen, de gevolgen van de vervrouwelijking en de terechte verwachtingen van de artsen naar een goed evenwicht werk-gezin-eigen ontwikkeling is dat al moeilijker, de budgettaire en maatschappelijke context zijn dit al veel minder.

En aangepaste contingentering die rekening houdt met de huidige en verwachte onvervulde noden, zoals voor het gebrek aan huisartsen, geriaters, kinderpsychiaters moet één van de middelen zijn om ook onze verzekerden, de toekomstige patiënten te verzekeren dat zij een beroep zullen kunnen doen op gemotiveerde en bekwame artsen.

Geert Messiaen

Thema's: Mutualiteit

Reageer op dit artikel

Reacties verschijnen na nalezing. Uw e-mailadres wordt nooit getoond.

Velden met * zijn verplicht. Uw e-mailadres blijft privé.

0 / 2000 tekens

Beschermd tegen spam, zonder puzzels. Berichten verschijnen na nalezing.